Geschiedenis Beurs Geldermalsen

Geldermalsen lag lange tijd geïsoleerd aan het water van de Linge. Pas in 1849 kwam er een houten ophaalbrug, voor die tijd moest je met een veer oversteken. Die ophaalbrug was in feite het begin van de centrumfunctie van Geldermalsen. In 1879 werden de houten leuningen van de brug vervangen door stalen leuningen. Later bleek die brug toch te smal, er was alleen eenrichtingsverkeer mogelijk. In 1923 werd al over een nieuwe brug gesproken. In 1939 startte men pas met de bouw. Die nieuwe brug, die tot op de dag van vandaag Geldermalsen naar het noorden toe ontsluit, kwam verder naar het noorden toe (richting Buurmalsen) te liggen. Hij moest namelijk de hoogte in want het werd een vaste brug in plaats van een ophaalbrug. De boten moesten nog eronderdoor kunnen. Geldermalsen werd in die tijd ook een beetje een industrieplaats. Zo was er onder andere een suikerfabriek, waar suikerbieten werden verwerkt. Dat boot extra werkgelegenheid aan de boerenbevolking in het gebied.

In 1868 werd de spoorlijn Utrecht-Waardenburg in gebruik genomen, met een dubbele vier bogenbrug ter hoogte van Tricht. Deze deed dienst tot 17 april 1945 toen de brug door de Duitsers werd opgeblazen. Nog datzelfde jaar kwam er een andere brug die tot deze zomer dienst doet. In 1882 kwam ook de oost-west spoorverbinding erbij. Daardoor was er een nieuw stationsgebouw nodig dat in 1886 in gebruik genomen werd, en nog steeds dienst doet.

In 1884 kreeg Geldermalsen een weekmarkt op de vrijdag. Getuige een foto uit 1885 werd deze druk bezocht. Geldermalsen had ook een drukke paardenmarkt. De gemeente maakte daar speciaal voorzieningen voor zodat de paarden konden worden vastgemaakt. Uit een verslag uit 1894 blijkt hoeveel dieren er waren: 635 paarden, 276 veulens en 12 hitten. De paardenmarkt was zo druk door de gunstige ligging van Geldermalsen.

Bij de groei van Geldermalsen hoorde ook de beurs. In 1888 wordt het eerste gedeelte van het beursgebouw geopend. Hier vond de afzet van agrarische producten, graan, boter en eieren plaats. Boeren kwamen met paard en wagen de spullen aanleveren. In 1894 wordt in kranten gesproken over de grote drukte in de beurs en dat de ingang van de beurs zo nu en dan zelfs verstopt was (ik moest er bij het begin van de avond er aan denken toen iedereen hier tegelijk binnen kwam).

De Beurs was toen ook al een soort multifunctionele functie centrum. In de avonduren werd de ruimte bijvoorbeeld gebruikt voor uitvoeringen van de zangvereniging, dat alles met het licht van olielampen. Ook was er toneel met bal na met muziek van de schutterij uit Tiel. In september 1899 werd het tweede deel van de beurs in gebruik genomen. De data zijn buiten op de gevels te lezen.

De Eerste Wereldoorlog ging van start in 1914. Nederland werd overspoeld door Belgische vluchtelingen. Zo’n 200 van hen werden tijdelijke in het beursgebouw ondergebracht.

In 1914 werd er ook een lezing over elektriciteit gehouden. In 1916 werden de eerste aansluitingen in Geldermalsen gerealiseerd. In 1918 kwamen er Franse vluchtelingen aan, ook die werden ondergebracht in het Beursgebouw. In augustus 1939 was er de mobilisatie voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog, militairen waren gelegerd in het beursgebouw. Achter het gebouw was de keukenvoorziening, de ‘snertillerie’. Ook gemeentewerken zat jarenlang in het beursgebouw, net als Grafica, de SNS bank, een opticien en een videoverhuurzaak. En nu Le Melangeur.